Bij het meten van de luchtdoorlatendheid (qv;10) van gebouwen lopen theorie en praktijk soms uiteen. Zeker wanneer woningscheidende wanden zijn uitgevoerd in lichte constructies, zoals metal stud. Het gevolg: meetwaarden die niet representatief zijn en luchtstromen die het wooncomfort aantasten. Hoe moeten deze situaties worden beoordeeld?
qv;10-waarde uitgelegd
Wat is de qv;10-waarde eigenlijk? De qv;10 is de hoeveelheid luchtverlies, uitgedrukt in dm³/s, die optreedt bij een drukverschil van 10 Pa. Deze waarde wordt vastgesteld volgens de meetmethode uit NEN 2686 en NEN-EN-ISO 9972. Een qv;10-meting wordt uitgevoerd met blowerdoorapparatuur. De ventilator verplaatst een gecontroleerde hoeveelheid lucht, waarbij de luchtstroom wordt gerelateerd aan het drukverschil binnen en buiten.
Een blowerdoor kan echter geen onderscheid maken tussen luchtlekken via de gebouwschil en luchtlekken via een aangrenzende, verwarmde woning. Hierdoor kunnen luchtstromen via een woningscheidende wand toch binnen de meetwaarde vallen. Dat is onjuist: de qv;10 is uitsluitend bedoeld om luchtverliezen via de gebouwschil vast te stellen. De luchtlekken worden getoetst aan de benodigde energieprestatie uit het ontwerp.
In de praktijk komt het regelmatig voor dat luchtlekken in lichte woningscheidende wanden – bijvoorbeeld bij wandcontactdozen, leidingdoorvoeren, plinten of naden – de qv;10-waarde negatief beïnvloeden. Deze luchtstromen horen niet bij de gebouwschil, maar zijn ook ongewenst voor het wooncomfort. Kiwa BDA maakt daarom onderscheid tussen twee strikt gescheiden invalshoeken.
Energetische beoordeling
De qv;10-waarde moet uitsluitend worden gebaseerd op luchtverliezen via de gebouwschil. Luchtstromen tussen twee verwarmde verblijfsgebieden, ook als het verschillende appartementen of woningen zijn, behoren hier niet toe.
Wanneer luchtlekken via een woningscheidende wand optreden, moet tijdens de qv;10-meting worden voorkomen dat deze luchtstromen onderdeel worden van het meetresultaat. Dit is namelijk geen ‘koude’ lucht.
Wooncomfort
Naast de energetische beoordeling moet elke woning luchtdicht gescheiden zijn van aangrenzende woningen. Dit met het oog op het wooncomfort. Geuroverdracht (van bijvoorbeeld sigarettenrook en koken) of geluidsoverlast via luchtlekken tussen woningen zijn onacceptabel. Kiwa BDA vindt dit strijdig met de eisen van goed en deugdelijk werk. Luchtlekken in woningscheidende wanden moeten worden voorkomen of hersteld, ongeacht de uitkomst van de qv;10- meting. Bij twijfel over de luchtdichtheid van een (lichte) woningscheidende wand, kan aanvullend op de qv;10- meting een extra meting worden uitgevoerd om luchtlekken vast te stellen.
Het is volgens Kiwa BDA dus niet of-of: zowel de energetische prestatie als het wooncomfort moeten aantoonbaar op orde zijn. In theorie is het onderscheid helder, maar in de praktijk is dat minder vanzelfsprekend. Hoe kun je tijdens een praktijktest betrouwbaar bepalen of lucht stroomt via de gebouwschil of via de woningscheidende wanden? En hoe toon je aan of er comfortproblemen spelen tussen woningen? Om het goed in kaart te brengen, zijn meerdere metingen nodig.


Energetisch meten
Het doel van de qv;10-meting is het vaststellen van luchtverliezen naar buiten. Lucht die via een andere woning naar binnen of naar buiten stroomt, hoort niet in deze beoordeling thuis. Daarom is het noodzakelijk om tijdens de meting te voorkomen dat lucht via de woningscheidende wand wordt aangezogen. Er zijn twee manieren om dat te doen:
1. Druk van aangrenzende woningen neutraliseren
De meest betrouwbare methode is gelijktijdig over- of onderdruk brengen op de aangrenzende woning(en). Hierdoor ontstaat er géén drukverschil tussen de twee woningen onderling. De blowerdoor zuigt dan alleen lucht aan via openingen in de gebouwschil en niet via de woningscheidende wand. Dit werkt goed omdat lucht altijd de weg kiest van hoge naar lage druk. Als beide woningen dezelfde druk hebben, kan er geen lucht van de ene naar de andere woning stromen. Eventuele lekkages in de woningscheidende wand worden dus geneutraliseerd.
2. De scheidingsconstructie tijdelijk afplakken
Wanneer neutraliseren van de aangrenzende woning(en) niet mogelijk is, kunnen kritieke punten zoals wandcontactdozen, plinten, kieren en naden tijdelijk worden afgeplakt. Dit is minder nauwkeurig, want niet alle luchtlekken zijn makkelijk op te sporen of zichtbaar. Tevens kunnen luchtlekken verborgen zitten achter schachten of onder een verlaagd plafond.


Wooncomfort testen
Luchtlekken tussen woningen zijn niet alleen nadelig voor de qv;10-meting, maar vooral onwenselijk voor het wooncomfort. Om vast te stellen of luchtlekken aanwezig zijn, kan na de energetische meting een aanvullende test worden uitgevoerd.
- Na methode 1 (druk neutraliseren): de woning wordt opnieuw gemeten, maar ditmaal zonder de aangrenzende woningen op over- of onderdruk te brengen. Een significant verschil tussen beide resultaten duidt op luchtstromen via de woningscheidende wand.
- Na methode 2 (afplakken): de eerdere afplakking wordt verwijderd en de woning wordt opnieuw gemeten. De meetwaarden worden vergeleken.
Waarom is dit belangrijk?
Door de twee metingen te splitsen, voorkom je verkeerde conclusies. Een woning kan namelijk uitstekend presteren qua qv;10, maar toch comfortklachten veroorzaken door luchtlekken naar de buren. Andersom kan een slechte qv;10- waarde veroorzaakt worden door luchtstromen via een dunne woningscheidende wand, terwijl de gebouwschil zelf voldoende luchtdicht is. De bovenstaande stappen maken het mogelijk om energieprestatie en wooncomfort afzonderlijk beoordelen. Daarmee ontstaat een betrouwbaar beeld van de werkelijke luchtdichtheid van de woning én van de kwaliteit van de woningscheidende constructies.

