De gestucte buitengevels van hun woning zijn niet waterdicht afgewerkt, met alle gevolgen van dien. Bewoners stappen met deze klacht naar de Raad van Arbitrage. Niet omdat de aannemer het gebrek niet erkent, maar in hun ogen traag is met het oplossen van de klachten.
De houtvezelisolatie is op diverse plaatsen nat, er groeien zwammen aan de linkergevel van de woning en het regenwater lekt tijdens hevige slagregen naar binnen – aan de bovenzijde van het raamkozijn in de voorgevel én het hoekraam van de linkerzijgevel.
Een spoedeisend gebrek, menen de bewoners. Hun huis is in december 2018 opgeleverd. Eind 2020 trekken ze aan de bel bij de aannemer. Die kondigt op 30 december 2020 aan de zaak op te pakken. Op 26 maart volgt het bericht dat binnen één à twee werken het herstel zal plaatsvinden. Op 21 juli – bijna vier maanden later – ligt er na correspondentie en enkele bezoeken een herstelplan. Op 13 september begint het herstelwerk, op 15 september stopt het weer. Sindsdien ligt het herstelwerk stil en liggen de gevels open.
Op 13 september begint het herstelwerk, op 15 september stopt het
Spoed
Aangezien zowel de constructie als de isolatie van hout is, vrezen de bewoners ernstige gevolgschade. Zij stappen daarom medio november naar de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen voor een spoedprocedure en eisen herstel binnen drie weken na het vonnis, met een dwangsom van 250 euro per dag als pressiemiddel.
De aannemer erkent het gebrek, maar vindt het jammer dat de bewoners er een zaak van maken. Personeelstekort (deels vanwege corona), het weer en een gevelstukadoor met een volle agenda zijn de oorzaak van het stilleggen van het werk op 15 september, stelt deze in zijn antwoord. Aangezien het gevelstucwerk niet in de wintermaanden kan worden uitgevoerd, biedt de aannemer aan om het herstelwerk in het voorjaar van 2022 af te maken, in overleg met een geveldeskundige en de kopers.
Meer aan de hand?
Tijdens de zitting legt de aannemer uit waarom het herstelwerk in september is gestaakt: het vermoeden bestond dat er meer aan de hand was en dat het opgestelde herstelplan – wat vooral bestond uit afkitten – geen soelaas zou bieden. Daarom wilde de aannemer een geveldeskundige inschakelen.
De bewoners gaan akkoord met het voorjaar en willen uiterlijk 1 april een plan van die deskundige zien. Ze handhaven de dwangsom. Plus: het herstel zou uiterlijk in juni 2022 moeten plaatsvinden.
Oordeel
Wat vindt de arbiter van dit alles? Die vindt dat de manier waarop de aannemer herstel wil plegen aan hem is, met of zonder inschakeling van een deskundige. De datum van 1 april 2022 voor het overhandigen van het herstelplan is redelijk, net als het afronden van de werkzaamheden op uiterlijk 1 juli 2022. Herstel omvat vanuit goed en deugdelijk werk óók de opgetreden en te verwachten gevolgschade, ook aan de achterliggende houten constructie en andere houten onderdelen, die dus moeten worden geïnspecteerd.
Dat de aannemer het jammer vindt dat de bewoners er een zaak van hebben gemaakt, volgt de arbiter niet. Nergens in het dossier is duidelijk geworden dat de aannemer de bewoners eerder heeft geïnformeerd over de reden van de stillegging van de herstelwerkzaamheden. De ge-eiste dwangsom van 250 euro per dag is daarom op zijn plaats.
De proceskosten à 5422,92 euro zijn voor rekening van de aannemer. De bewoners krijgen hun aanvraagkosten à 385 euro terug.
Bewerkt naar het verslag van de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen, geschilnummer 82108

